Het kasteel van Lisogne

Guillaume Verachter, bij de dood van zijn vader in 1759 hoge heer van Lisogne geworden, had een woning nodig die zijn rang waardig was. Hij bouwde ze vóór de middelste hoeve, geërfd van zijn echtgenote.

Het kasteel gezien vanuit het veld.
Het kasteel gezien vanuit het veld.

Het ontstaan van een kasteel

De hoeve had al een toren: het volstond die aan te passen, een tweede toe te voegen en beide met een middengedeelte te verbinden. De muurankers op de gevel geven het jaar van voltooiing: 1762. Een oude vierkante toren staat al op de afbeelding van het dorp in de Albums van Croÿ, omstreeks 1605. In 1718 telt het dorp drie torens: die van de pastorie, die van de middelste hoeve en die van de Ferme de la Tour. De kelders van de linkertoren van het kasteel, met zeer dikke gewelven en muren, zijn duidelijk ouder dan die van de rechtertoren: deze toren zou de vroegere toren van de middelste hoeve zijn.

Een kasteel in evolutie

De Ferrariskaart (1770-1777) laat toe de verbouwingen te volgen. Twee doorgangen lopen dan langs de grote schuur; het monumentale terras bestaat nog niet, een bomenrij vervangt de omheiningsmuren, men bereikt het kasteel via een bomenlaan die onderaan de Rue du Forbo begint, en een symmetrische tuin ligt waar nu het gazon is. Het eerste kadasterplan, rond 1840, toont de kasteelhoeve uitgebreid tot een « U », met een gang aan de hoevezijde, de doorgangen dichtgemaakt en het terras gebouwd.

De ingang van de kasteelhoeve.
De ingang van de kasteelhoeve.
De lange omheiningsmuur met zijn bomenrij.
De lange omheiningsmuur met zijn bomenrij.

Van 1841 tot vandaag: één familie

In 1829 verkocht door Éléonore Verachter, gaat het kasteel naar de Wirkays en in 1841, bij legaat, naar Henri Henry (1799-1855), bankier in Dinant en burgemeester van Lisogne, weduwnaar van hun dochter Marie-Thérèse. Daarna gaat het van generatie op generatie: naar Eugène Henry (1836-1908), echtgenoot van Ernestine Lion en vader van vijftien kinderen; naar Victor Henry de Frahan in 1926; naar Eugène Henry de Frahan (1916-1997) in 1957; en naar diens dochter Nicole, echtgenote van ridder Marc van Outryve d’Ydewalle, die het in 2003 aan haar zoon Tanguy schenkt.

Het kasteel en het dorp vanuit de lucht. Foto Pascal Simon.
Het kasteel en het dorp vanuit de lucht. Foto Pascal Simon.

De Henry’s, bankiers uit Dinant

Afkomstig uit Haybes aan de Maas, waar de familie in de 15de eeuw opduikt onder de naam « Renart », vestigen de Henry’s zich in 1738 in Dinant. Pierre-Joseph Henry sticht in 1822 de Banque Henry. Eugène Henry richt in 1907 de Banque centrale de la Meuse op, met een vijftiental kantoren in België en twee in Frankrijk. Op 23 augustus 1914 wordt zijn schoonzoon Xavier Wasseige, die de bank leidde, samen met twee van zijn zonen gefusilleerd, en het hoofdkantoor wordt in brand gestoken. In 1919 is de bank medeoprichter van de Banque générale du Luxembourg.

Verschillende familieleden waren burgemeester van Lisogne. In 1921 mogen de afstammelingen van Eugène Henry en Ernestine Lion aan hun naam « de Frahan » toevoegen, de naam van een oude familie van meiers en notarissen uit de streek van Rochefort, Houyet en Dinant. Hun wapenspreuk: Aequitate et dignitate.

Het wapen van de familie Henry de Frahan.
Het wapen van de familie Henry de Frahan.

De Lions en de toren van Montfort

De familie Lion, Dinantse juristen, leverde met Perpète Lion in 1830 de eerste burgemeester van Dinant in het onafhankelijke België. In 1809 verwerft hij de vroegere tuinen van de jezuïeten van Montfat, boven de stad. Zijn zoon Victor vindt er beenderen van prehistorische dieren (beer, hyena, neushoorn…) en stelt de grotten open voor bezoekers. In 1909 bouwt aannemer Édouard Culot uit Lisogne er de toren van Montfort, 120 meter boven de Maas. In 1954 legt Victor Henry de Frahan er de eerste stoeltjeslift van België aan.

De toren van Montfort, boven Dinant.
De toren van Montfort, boven Dinant.

Nog een dwaasheid…

In 2004 komen Tanguy en Christine van Outryve d’Ydewalle in Lisogne wonen, eerst in de hoeve, daarna in het kasteel. Bijna alles moet opnieuw: de gecementeerde gevel die het vocht vasthield afbijten en opnieuw kalken, de naoorlogse elektriciteit en de verwarming vernieuwen, deuren en ramen vervangen, met kalk bepleisteren, en daarna het park en zijn muren herstellen.

Het was en is nog steeds een dwaasheid die gelukkig niet vooraf beraamd was; anders was ze er nooit van gekomen!

Tanguy en Christine van Outryve d’Ydewalle (vertaald)
Het terras van het kasteel.
Het terras van het kasteel.

Naar « Lisogne se conte »: « Le château de Lisogne »; « Montfat et la tour de Montfort », door Hervé Henry de Frahan.