De heren van Lisogne

Van de 13de tot de 18de eeuw behoort Lisogne tot het graafschap Namen, in de proosdij Poilvache, op een steenworp van het Luikse Dinant. Oude kaarten laten die grens zelfs… dwars door de molen van Lisogne lopen.

In de proosdij Poilvache

Omstreeks 1270 maakt graaf Hendrik VI van Poilvache het militaire, gerechtelijke en bestuurlijke centrum van een uitgestrekte proosdij, van Hoei tot de Givetse laars. De vesting wordt in 1430 door de Luikenaars verwoest, maar de proosdij blijft bestaan als bestuursdistrict, Bourgondisch, daarna Spaans en ten slotte Oostenrijks, tot het einde van het Ancien Régime. In 1421 verkoopt de laatste graaf van Namen, diep in de schulden, zijn graafschap aan Filips de Goede, hertog van Bourgondië: het Naamse wordt een kleine provincie van een groot rijk, bestuurd vanuit Brussel en vooral vanuit Madrid.

Lisogne en omgeving op een oude kaart van het graafschap Namen.
Lisogne en omgeving op een oude kaart van het graafschap Namen.

Het grondgerecht van Lisogne

Grondheer zijn betekent rechtsmacht hebben over alle erven van het grondgebied: elke verkoop, elke erfenis, elke rente moet voor het gerecht van de heer komen, bestaande uit een meier, drie tot zes schepenen en een griffier. In Lisogne heft het gerecht « de tiende penning wanneer er een huis, erf of rente verkocht wordt ». Het ziet ook toe op de inning van de renten in graan en geld, te leveren op de zolder van de heren in Dinant; wie te laat is op Sint-Maarten (11 november), betaalt 21 stuivers boete. In 1751 is elk haardvuur in Lisogne nog een maat haver en zes penningen verschuldigd.

Opmerkelijk: de heren wonen niet in het dorp, en het gerecht zetelt niet in Lisogne maar in Dinant, « al chaine de Bouche de Vaulx », in de voorstad Saint-Jacques, waar vroeger een ijzeren ketting de plaats afbakende waar recht werd gesproken.

Perkamenten van het leenhof van Poilvache. Rijksarchief Namen.
Perkamenten van het leenhof van Poilvache. Rijksarchief Namen.

Een heerlijkheid in tweeën

Na de Jodions (12de-13de eeuw) gaat het land in de 14de eeuw naar de Moustiers, dan naar Jean Gossewin, meier van Bouvignes, en naar de Pollardes. In 1474 wordt de heerlijkheid in twee « helften » verdeeld, die bijna 250 jaar gescheiden wegen gaan:

Eeuw« Helft 1 »« Helft 2 »
eind 15deJean le Carpentier (1474)Gilles Pollarde (1474), daarna de Forvies
16deJacques le Carpentier, daarna Jean le Ghys (1574)De Corioules (1543), Louis de Corioule (1565)
17deJacques de Marchin (1603), Nicolas de Salmier (1622), Tilman de Salmier (1672)Nicolas Petit (1612), Lambert-Charles Petit (1657)
18deDe Salmiers, daarna Marie-Anne de Villers-MasbourgThomas-Henri Petit de Lisogne (1693), Michel Petit (1724)
1755-1760Pierre-Joseph Baudouin de Gaiffier verenigt beide helften

De akten van het gerecht vertellen het dagelijkse leven van die eeuwen: gronden in cijns gegeven op voorwaarde dat men ze « ontgint en bewerkt », de molen van Pont de Thynes verhuurd waar vroeger een smeedhamer stond, de Pré des Seigneurs in helften verkocht, renten in spelt afgestaan en teruggekocht van familie tot familie.

Het testament van heer Petit (1636)

Het testament van Nicolas Petit, kapitein in Spaanse dienst en heer van een deel van Lisogne, is een opmerkelijk document voor een tijd waarin de meeste mensen lezen noch schrijven konden. Hij regelt er nauwgezet de overdracht van zijn goederen, verbiedt zijn kinderen hun toekomstige echtgenoten te veel te bevoordelen en beperkt de bruidsschat van dochters die in het klooster treden tot « 100 of hoogstens 150 florijnen rente ».

Een beschuldiging van hekserij (1608)

Ik verklaar dat ik meer dan 14 jaar pastoor van de parochiekerk van Lisogne ben geweest, en dat in die tijd nooit ratten of muizen aan een geconsacreerde hostie hebben gezeten, zoals een zekere Marguerite de Barvia valselijk heeft beweerd.

Gilles Colart, pastoor van Lisogne, 23 december 1608 (vertaald)

Deze verklaring diende wellicht in een heksenproces. Op basis van zulke getuigenissen werden talloze arme vrouwen gefolterd en op de brandstapel gezet.

1755: een Antwerpenaar koopt de hoge rechtspraak

In 1755 laat keizerin Maria Theresia, om haar financiën aan te vullen, verschillende hoge heerlijkheden in de provincie Namen veilen. Guillaume-Joseph Verachter, grootaalmoezenier van Antwerpen, verwerft die van « Lisoigne et Awagne » voor elfhonderd pond. Hij krijgt de hoge, middelbare en lage rechtspraak, het visrecht in de beek, het jachtrecht en zelfs het recht om « galg, schandpaal, kaak en gevangenissen » op te richten.

Zegel van de akte van verkoop in pand van de hoge heerlijkheid Lisogne (1755). Bewaard in het kasteel van Lisogne.
Zegel van de akte van verkoop in pand van de hoge heerlijkheid Lisogne (1755). Bewaard in het kasteel van Lisogne.

Het samenleven van drie « heren van Lisogne » verloopt niet vlot: de twee grondheren betwisten meteen de rechten van de nieuwkomer. Het proces gaat naar de Raad van Namen en daarna de Grote Raad van Mechelen, en sleept aan tot minstens 1769. Intussen is Guillaume Verachter junior getrouwd met Thérèse Muselle, erfgename van de middelste hoeve van Lisogne. Vóór die hoeve laat hij het kasteel bouwen, voltooid in 1762. Lees de geschiedenis van het kasteel.

Het einde van het Ancien Régime

In 1789 breekt de Franse Revolutie uit. Ze schaft de feodale voorrechten, de eeuwigdurende renten en de tiende af (in 1793 in het departement Samber-en-Maas). De goederen van graaf de Glymes, eigenaar van de molen, worden tussen 1808 en 1814 onder sekwester geplaatst. De pastorij ontsnapt aan de verkoop omdat pastoor Simon Godefroid Adam de eed had afgelegd; ze wordt in 1806 eigendom van de gemeente. Na Waterloo worden onze gewesten bij Holland gevoegd, tot de onafhankelijkheid van België in 1830.

In het kasteel verkoopt Éléonore Verachter, weduwe van advocaat Materne Simon, het domein in 1829. Haar broer, kanunnik Baudoin Verachter, gewezen Kruisheer van Hoei die terugkwam om « tussen de armen van de parochie » te leven, sterft in 1841 in Lisogne. Het kasteel gaat dan naar de Henry’s, bankiers uit Dinant.

« Lisoingne » in de Albums van Croÿ, geschilderd door Adrien de Montigny omstreeks 1605. Bibliothèque nationale de France.
« Lisoingne » in de Albums van Croÿ, geschilderd door Adrien de Montigny omstreeks 1605. Bibliothèque nationale de France.

Naar « Lisogne se conte »: « Le comté de Namur entre le XIIIe et le XVIIIe siècle ». Transcriptie van de archieven door Paul Magotteaux en zijn echtgenote.